Paasweer. |
Pasen.
Pasen wordt gevierd op de eerste zondag na de "kerkelijke" volle maan die op of na 21 maart valt. De kerk is altijd uitgegaan van een vereenvoudigde berekening met de gemiddelde posities van zon en maan en 21 maart als vaste datum voor het begin van de lente. Paaszondag valt ongeveer in het midden van de jaarlijkse paascyclus en bepaalt ook wanneer de andere kerkelijke feestdagen binnen deze cyclus vallen. Het voorjaar, wanneer Pasen wordt gevierd, kent sterk wisselende weersomstandigheden. Omdat ook de Paasdata wisselen kan het weer met Pasen van jaar tot jaar sterk verschillen en zowel een zomers als een winters karakter hebben.
Het grillige Paasweer.
Het grillige weer dat zo kenmerkend is voor de lente komt goed tot uiting op de Paasdagen, vooral ook omdat die feestdagen jaarlijks op wisselende data worden gevierd. Paaszondag valt op de eerste zondag die volgt op de eerste volle maan na het begin van de lente en dat is op zijn vroegst op 22 maart en uiterlijk op 25 april. Door die grote spreiding over het voorjaar kan het Paasweer zowel een winters als een zomers karakter hebben.
De zonnigste en warmste Pasen beleefden we in 1949 (Pasen viel toen op 17 april) met temperaturen van 25 tot 30 graden en in De Bilt 12 uur zon. Een warme eerste Paasdag, met een temperatuur van 20,0 graden of warmer en meer dan vier uur zon kwam hier in de 20e eeuw vijf keer voor. Uit het paasweer blijkt ook dat het voorjaar een zonnige periode is: sinds 1901 registreerde De Bilt op eerste Paasdag in 18 gevallen meer dan 10 uur zon.
Een sombere, natte en koude Pasen kwam minder vaak voor. Sinds 1901 telde negen eerste paasdagen waarop de temperatuur overdag de 10 graden niet haalde, de zon nauwelijks scheen en meer dan een millimeter regen werd opgevangen. Het koudst was het in 1964 toen de temperatuur met Pasen (29 maart) bij zeer somber en nevelig weer overdag plaatselijk bij 3 graden bleef steken. Op tweede Paasdag viel er in 1964 ook natte sneeuw. Ook in 1994 was dat het geval toen de zeer natte tweede Paasdag (4 april) met 20 tot 30 millimeter neerslag uitermate guur afsloot met zware sneeuwbuien, onweer en wind. Op Goede Vrijdag ondervond het verkeer ook al hinder van het weer: een felle storm met zeer zware windstoten van meer dan 100 kilometer per uur blies talloze caravans en aanhangwagens van de weg.
Sneeuwbuien met Pasen waren er ook in 1977 toen het op eerste Paasdag (10 april) 's ochtend plaatselijk 7 graden vroor. Op de ochtend van tweede Paasdag in 1982 (12 april) lag op een aantal plaatsen enkele centimeters sneeuw. In de 20e eeuw begon eerste Paasdag in De Bilt 13 keer met vorst, maar op 2 van dergelijke dagen werd het in de middag bij zonnig weer toch nog 19 graden.
Het voorjaar staat bekend om abrupte weersomslagen en ook het paasweer kan heel grillig zijn. Het opmerkelijkste voorbeeld is Pasen 1979: eerste Paasdag (15 april) had zonnig zomerweer met temperaturen tussen 20 en 23 graden en weinig wind. De tweede Paasdag was uitgesproken guur met regen en een krachtige wind, waarbij de thermometers midden op de dag amper 6 graden aanwezen. Ook in 1998 was dat op tweede Paasdag (13 april) het geval: in De Bilt werd het maximaal 6 graden en er vielen talrijke winterse buien. In 1999 was de aanloop naar de Paasdagen warm met een paar dagen achtereen temperaturen van 15 tot 20 graden. Op Goede Vrijdag werd het op een aantal plaatsen zelfs 22 graden, maar zoals vaak is zulke warmte in het prille voorjaar geen lang leven beschoren. Aan het einde van de dag ontwikkelden zich in het zuiden van het land buien, die vergezeld van onweer abrupt een einde maakten aan het warme weer. Tijdens de Paasdagen was het bewolkt met op veel plaatsen mist en nu en dan regen. Valkenburg (ZH) noteerde op Eerste Paasdag (4 april) een hoogste temperatuur van slechts 8 graden.
Pasen werd in 2001 gevierd op 15 april en die dag was met 10 graden, een vlagerige noordwester en veel bewolking aan de koude kant, maar de ergste kou was toen al uit de lucht. Paaszaterdag (14 april 2001) was meer een winterdag: 's ochtends vroor het licht tot matig en in de namiddag en avond viel op uitgebreide schaal sneeuw. In het binnenland lag korte tijd 1 tot 3 cm. Sneeuw in april komt vaker voor; op 11 april 1978 viel er plaatselijk zelfs 20 cm. Indrukwekkend waren vorig jaar de minimumtemperaturen: Gilze Rijen -6,8 graden, Deelen -6,3 en De Bilt -4,3. Records waren dat niet: het absolute aprilrecord staat op naam van Deelen waar op 12 april 1986 -9,4 graden werd gemeten. Vlak boven het aardoppervlak was het daags voor Pasen 2001 nog een stuk kouder: Soesterberg zag de grasthermometer op 10 cm hoogte op -11,4 graden staan, Twenthe -10,9 graden. Op 12 april 1986 vroor het aan de grond plaatselijk 13 graden. In 2003 was Paaszondag (20 april) zonnig en aangenaam met temperaturen rond 17 graden. Tweede Paasdag was zonnig en warm met 24 graden.
*In het oosten van het land, Duitsland en Denemarken worden traditiegetrouw paasvuren ontstoken. De rook van de vreugdevuren kan bij oostenwind en een rustige stabiele atmosfeer in heel Nederland voor overlast zorgen.
Bron:www.knmi.nl