Dagelijkse gang van bewolking.
Als de atmosfeer
meewerkt, dan wil het nog wel eens voorkomen dat de ochtend zonnig begint en
dat het vervolgens een paar uur zonnig blijft. In de late ochtend
verschijnen er opeens een paar wolkenpropjes aan de hemel en binnen een half
uur tot een uur zit de lucht opeens behoorlijk vol met grotere stapelwolken.
Deze weten zich vervolgens een groot deel van de middag te handhaven,
waarbij het dan dus wisselend bewolkt is. Tijdens het vallen van de avond
worden de opklaringen geleidelijk breder en rond zonsondergang lossen de
laatste wolken snel op. Nog voor de meeste sterren tevoorschijn komen, is
het opnieuw helder geworden en dat blijft zo, de hele nacht. In dat geval
vertoont de bewolking een duidelijk dagelijkse gang.
 |
|
Gedurende de eerste
ochtenduren wordt de inversie die 's nachts is gevormd,
geleidelijk opgeruimd en is de hemel nog onbewolkt. |
|
Uiteraard schetst
het verhaaltje hierboven een ideaal beeld, er zijn talrijke variaties op dit
thema dat desondanks niet zelden is te bewonderen. Afhankelijk van waar in
het land men vertoefde, viel dit beeld min of meer de afgelopen week op
tenminste vier dagen waar te nemen. Het treedt het duidelijkst op in een
niet al te droge, maar ook niet echt vochtige en heldere luchtsoort, waarbij
er ook geen fronten in de buurt liggen, waardoor er verstorende bewolking
kan optreden. Hoe gaat dat proces nu precies in zijn werk?
 |
|
Zodat dit proces is afgerond,
ontstaan de eerste kleine wolkenpropjes... |
|
Na een heldere
nacht is de lucht aan de grond behoorlijk afgekoeld. In dat geval is er een
zogenaamde grondinversie ontstaan, vanaf de grond stijgt de temperatuur met
de hoogte. Deze inversie, die het scherpst is in de onderste meters, kan een
totale dikte hebben van tientallen tot enkele honderden meters.
Op de grens van de
lente naar de zomer, waarin we nu zitten, heeft de zon bijna zijn maximale
kracht, we zitten immers maar een paar weken voor de langste dag. De zon zal
de koude laag aan de grond snel weten op te warmen en deze wordt aldus
onstabiel van opbouw, want deze opwarming begint aan de grond en wordt
geleidelijk aan de daarboven gelegen luchtlagen doorgegeven. Relatief warme
luchtbellen kunnen vanaf het aardoppervlak gaan opstijgen. Op wat grotere
hoogte, waar de lucht gedurende de afgelopen nacht minder was afgekoeld,
stoten ze echter hun “kop”, de inversie is daar nog niet opgeruimd. Een
luchtbel zal namelijk alleen dán verder stijgen, als de omringende lucht
kouder is (en dus zwaarder) dan de lucht in de bel zélf. Pas als de inversie
doorbroken wordt, is aan deze voorwaarde voldaan. In dat geval stijgt de
luchtbel verder, koelt zelf ook verder af en bereikt uiteindelijk het punt
waarbij de aanwezige waterdamp in de lucht gaat condenseren. Als de lucht
niet al te droog is, wordt dat punt al snel bereikt, want koude lucht kan
minder waterdamp bevatten dan warme lucht. Op dit punt, vaak gedurende de
tweede helft van de ochtend, zullen de eerste stapelwolkjes gaan ontstaan,
die vervolgens snel groter en talrijker worden. Dit proces is op de eerste
drie foto’s, die tussen 8.30 en 10.30 uur zijn gemaakt, goed te zien. Alle
foto’s bij dit artikel zijn trouwens in twee dagen op dezelfde locatie
gemaakt, kijkend in noordoostelijke richting.
 |
|
...die spoedig groter en
talrijker worden. |
|
Het hangt
vervolgens van de hoeveelheid beschikbare vocht en van de onstabiliteit af,
wat er verder gaat gebeuren. Is de lucht niet al te droog en de lucht
onstabiel tot op grotere hoogte, dan groeien de stapelwolken al snel uit tot
forse exemplaren en gaan er regen- of onweersbuien vallen. Is de lucht wel
droog, dan kunnen deze buien beperkt blijven tot maar een paar exemplaren en
blijft het op veel andere plaatsen vrij zonnig. Ook kan het zo zijn dat, als
de lucht vrij droog is en in de loop van de dag over een dikke laag verder
opwarmt, de stapelwolkjes in de loop van de middag weer oplossen. Aan de
andere kant kan het bij veel vocht ook gebeuren dat alle wolkjes elkaar
beconcurreren en dat de hemel volloopt met stapelwolken en kleine buitjes.
Vooral als er een hogedrukgebied in de buurt ligt, kan het zo zijn dat op
wat grotere hoogte, door langzaam dalende luchtbewegingen, de lucht droger
wordt en daarbij relatief aanwarmt. Dan gebeurt daar hetzelfde als in de
vroege ochtend nabij de grond. De stapelwolkjes, die eigenlijk niets anders
dan de aanwezigheid van een opstijgende bel warme lucht verraden, stoten dan
hun kop op die warmere luchtlaag en kunnen niet verder doorstijgen. In dat
geval blijven de stapelwolken tamelijk afgeplat en gaan in het ongunstigste
geval horizontaal uitspreiden. Zodoende kan het zelfs nagenoeg geheel
bewolkt worden en aldus een zomerdag, die veelbelovend zonnig begon, aardig
bederven.
 |
|
Binnen een uur is het meer dan
half bewolkt geworden. |
|
De foto hieronder
laat zien dat dit in het getoonde geval ook bijna gebeurde. De stapelwolken
hebben zichtbaar moeite om een grote verticale afmeting te bereiken en
smeren ook ietwat horizontaal uit, waardoor de opklaringen tamelijk schaars
zijn geworden. Gelukkig was de lucht nog droog genoeg, zodat er niet
voldoende vocht voorhanden was om de hemel helemaal dicht te laten smeren.
Het resultaat was een weerbeeld dat in weerberichten zo mooi “wisselend
bewolkt” of “half tot zwaar bewolkt” wordt genoemd. Omdat de wolken in
verticale richting niet verder kunnen uitgroeien, blijft het echter wel
droog.
 |
In de
namiddag
is het
half tot
zwaar
bewolkt.
De
stapelwolken
zijn
verticaal
niet
goed
ontwikkeld
en
spreiden
ietwat
horizontaal
uit.
|
|
 |
Omdat de
voeding
vanaf de
grond
wordt
afgesneden,
beginnen
de
stapelwolken
verder
in te
zakken
en op te
lossen.
|
|
 |
Alleen
de
grootste
stapelwolken
weten
het nog
tot diep
in de
avond
vol te
houden,
maar...
|
|
Als in de namiddag
en begin van de avond de zon steeds verder zakt, neemt de hoeveelheid
zonnestraling geleidelijk af. De maximumtemperatuur is bereikt en het kwik
begint langzaam te dalen. De grond wordt geleidelijk minder warm en aldus
worden de opstijgende warme luchtbellen van hun voeding beroofd. Er komen er
minder en de stapelwolken beginnen in te zakken. De wolken die al eerder
werden gevormd lossen ook geleidelijk op, door het invangen van omringende
drogere lucht. Het geleidelijk oplossen van de stapelwolken is op foto
hierboven en hieronder duidelijk te zien.
 |
...een half uur voor zonsondergang is de hemel wolkenvrij geworden.
|
|
Tot slot is de
laatste foto ongeveer een half uur voor zonsondergang genomen. Aan de grond
begint langzaam al weer een inversie te ontstaan en niet één warme luchtbel
stijgt meer op. De stapelwolken zijn opgelost en wat rest is opnieuw een
onbewolkte hemel. Als de weerssituatie niet wijzigt, zal hetzelfde proces
zich de volgende dag herhalen. Na een zonnige eerste ochtenddeel wordt het
geleidelijk wisselend bewolkt en lossen de wolkjes gedurende de eerste helft
van de avond weer op. De stapelwolken die aldus worden gevormd, zijn zo
typerend, dat ze een aparte naam hebben gekregen, de “mooi-weer” cumulus.
Ook deze zomer zullen ze ongetwijfeld nog op diverse dagen de Hollandse
hemel opvrolijken.
Bron: Meteo Consult.