|
Uitzending Havenstad FM 10 februari 2007 |
Aanleiding: wanneer Weeralarm
Een weeralarm is alleen van toepassing wanneer het weer gevaar oplevert en
aanleiding kan geven tot grote overlast. In de periode van 12 tot 24 uur
voorafgaand aan een weeralarm geeft het KNMI zo mogelijk een voorwaarschuwing
uit. De kans dat het tot een weeralarm komt is dan al minstens 50%. Het
eigenlijke weeralarm wordt op zijn vroegst 12 uur tevoren uitgegeven. Het is dan
voor minstens 90% zeker dat het extreme weer ook werkelijk volgt. Het weeralarm
biedt naast gedetailleerde verwachtingen ook de risico’s en de mogelijke
gevolgen van het zware weer.
Criteria
Het weeralarm geldt alleen voor bepaalde weersomstandigheden als die op grote
schaal (een standaardgebied ter grootte van ten minste 50 x 50 kilometer of over
een lengte van minstens 50 kilometer) optreden. De criteria gelden voor: storm
(afhankelijk van het seizoen vanaf windkracht 9 of 10), zeer zware windstoten
(vanaf 100 km/uur), zware sneeuwval (in een uur minstens 3 cm of in 6 uur
minstens 10 cm), sneeuwjacht of sneeuwstorm (minstens windkracht 6 in combinatie
met sneeuw), gladheid door ijzel, zwaar onweer en overvloedige regen (in 24 uur
minstens 75 mm of binnen drie dagen minstens 100 mm). Uitgebreide omschrijvingen
van de criteria onder nader verklaard.
Meer dan een waarschuwing
Het weeralarm is de hoogste trap van waarschuwingen. Het KNMI, dat in ons land
de officiële instantie is om weerwaarschuwingen uit te geven, geeft ook
waarschuwingen uit voor het verkeer, watersport en recreatie en voor de
scheepvaart. Het bekendst zijn de wind- en stormwaarschuwingen die vanaf
windkracht 6 van kracht zijn. Ook bij mist en (lokale) gladheid door bevriezing
of ijzel wordt gewaarschuwd, niet in de vorm van een weeralarm maar met een
“gewone” waarschuwing.
Verspreiding
Wanneer het tot een weeralarm dreigt te komen informeert het KNMI naast
weerbedrijven en particuliere weerkundigen ook instanties die zich bezighouden
met calamiteitenbestrijding en voorlichting zoals verkeersdiensten, politie,
brandweer en gemeenten. Op basis van de verwachtingen kan een gemeente dan
beslissen om bijvoorbeeld een kwetsbaar evenement in de open lucht zoals een
markt of groot feest met voor de wind gevoelige tenten op last van de politie af
te gelasten.
Ook zijn er nauwe contacten met de media, die verslag doen van het noodweer en de prognoses doorgeven. Radio, televisie en teletekst zijn de belangrijkste media voor het doorgeven van de waarschuwingen maar ook internet wordt veel geraadpleegd. Wanner een weeralarm van kracht wordt brengt het KNMI een speciale site in de lucht met extra weer- en achtergrond informatie, actuele neerslagbeelden van de radar en het laatste nieuws over het extreme weer.
Weeralarm slaat aan
Het KNMI begon na een proefperiode van een paar jaar in het jaar 2000 met het
uitgeven van het Weeralarm. Bij een onderzoek naar aanleiding van een Weeralarm
door bureau Intomart bleek dat al gelijk in het begin bijna driekwart van de
bevolking wist wat het Weeralarm betekende. Ruim een derde daarvan nam
maatregelen om gevaar of overlast te voorkomen en de meerderheid vindt dat
achteraf zinvol.
Aanleiding: werkwijze Weeralarm
Een Weeralarm is een ernstige waarschuwing bij gevaarlijk of extreem weer. Het
KNMI begon na een proefperiode van 2 jaar in het jaar 2000 met het Weeralarm.
Najaar 2005 zijn de criteria iets aangepast en najaar 2006 is er ook een Weer-
en Verkeeralarm bijgekomen.
In de afgelopen jaren is veel ervaring opgedaan met het Weeralarm. Bovendien zijn de weermodellen, waaronder ook het KNMI Hirlam weermodel dat verwachtingen maakt tot 48 uur vooruit, verder verbeterd. Dat maakt het mogelijk om beter te waarschuwen bijvoorbeeld ook voor onweer en zware neerslag. Nieuw is het Weeralarm bij overvloedige regen. Ook de criteria voor het Weeralarm bij sneeuw en onweer zijn aangepast. Het criterium voor het Weeralarm bij storm is in de zomerperiode verlaagd naar windkracht 9. Een storm van windkracht 9 is in de zomer uitzonderlijker dan in het winterhalfjaar; watersporters en recreanten komen dan al snel in de problemen.
Volgens de nieuwe systematiek onderscheiden we de volgende berichtgeving in het kader van de Weeralarm waarschuwingen:
Regels voor uitgifte VOORWAARSCHUWING voor
de KANS OP WEERALARM
Een Voorwaarschuwing voor de Kans op een Weeralarm is gebaseerd op dezelfde
meteorologische overschrijdingscriteria als voor het Weeralarm. Uitgifte van
deze voorwaarschuwing geschiedt op het moment dat de kans op overschrijding van
één of meerdere van deze criteria groter wordt geschat dan 50%. Dit
kanspercentage wordt expliciet in de tekst van de voorwaarschuwing
meegegeven.
De maximumtermijn voor uitgifte van een voorwaarschuwing is 24 uur van te voren.
Regels voor uitgifte van een WEERALARM
Het uitgeven van een Weeralarm is strak gereglementeerd. Een Weeralarm (=
waarschuwing voor extreem weer) wordt uitgegeven op het moment dat de
meteoroloog verwacht dat binnen een termijn van 0 tot 12 uur (vanaf nu te
noemen de aankondigingtermijn Weeralarm) de daarvoor vastgestelde criteria
voor extreem weer met een zekerheid van tenminste 90 % zullen worden
overschreden in een gebied ter grootte van ten minste 50 x 50 kilometer of een
coherente band met lengte van tenminste 50 kilometer (vanaf nu te noemen als
de standaardgebiedsgrootte). Het Weeralarm wordt dus op basis van een
kansschatting (>=90% kans op overschrijding van de criteria) als
deterministische verwachting uitgegeven (dus niet middels het noemen van het
achterliggende kanspercentage).
Uitgifte van een Weeralarm geschiedt dus bij voorkeur 12 uur van te voren, maar
kan -wanneer de weeralarmsituatie te laat wordt onderkend- ook nog gebeuren op
het moment dat er ergens in het land al sprake is van een overschrijding van een
Weeralarmcriterium.
Regels voor intrekken van een WEERALARM
Een Weeralarm wordt pas ingetrokken op het moment dat het laatste extreme
weersverschijnsel het gehele land heeft verlaten.
Criteria voor uitgifte
Een Weeralarm of een Voorwaarschuwing voor de Kans op Weeralarm wordt uitgegeven
wanneer verwacht wordt dat onderstaande criteria worden bereikt of overschreden:
Wind
- Gedurende de periode oktober t/m april (zeg het winterhalfjaar) bij windsnelheid =/> 10 Bft, dat betekent een 10-minuten gemiddelde windsnelheid van =/> 48 kts (=/> 89 km/uur). In de meteorologische benaming spreken we dan van zware storm, zeer zware storm en orkaan. Meestal betekent dit dat de 10 Bft of hoger aan de kust zal voorkomen en dat in het binnenland zeer zware windstoten van ten minste 56 kts (> 28 m/s, >100 km/uur) zullen voorkomen. In de "kop" van het Weeralarm wordt dit verschil expliciet aangegeven. Gebied: Minstens 2 van de 5 kuststations (Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden, De Kooy en Terschelling) of landinwaarts over een gebied ten minste ter grootte van het standaardgebied
- Gedurende de periode van mei t/m september (zeg het zomerhalfjaar) windsnelheid =/> 9 Bft, betekent een 10-minuten gemiddelde windsnelheid van =/> 41 kts (=/> 76 km/uur). In de meteorologische benaming spreken we dan van storm, zware storm, zeer zware storm en orkaan. Meestal betekent dit dat de 9 Bft of hoger aan de kust zal voorkomen en dat in het binnenland zeer zware windstoten van ten minste 56 kts (> 28 m/s, >100 km/uur) zullen voorkomen. In de "kop" van het Weeralarm wordt dit verschil expliciet aangegeven Gebied: Minstens 2 van de 5 kuststations (Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden, De Kooy en Terschelling) of landinwaarts over een gebied ten minste ter grootte van het standaardgebied.
- Windstoten =/> 56 kts (> 28 m/s, >100 km/uur) .
Het betreft hier momentane uitschieters van de wind die meestal, doch niet altijd, samenhangen met (zware) regen- en/of onweersbuien. In de meteorologische benaming spreken we in dit geval van zeer zware windstoten. Gebied: Minstens 2 van de 5 kuststations (Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden, De Kooy en Terschelling) of landinwaarts over een gebied ten minste ter grootte van het standaardgebied
Zwaar onweer
Gevaar vanwege het hoge risico op blikseminslag, eventueel vergezeld van zeer zware windstoten, slagregens, wolkbreuk en/of hagel.
- 500 ontladingen per 5 minuten over een gebied ten minste ter grootte van het standaardgebied.
Winterse neerslag
Als winterse neerslag verwacht wordt ontwrichtend te zijn voor de samenleving wordt er een waarschuwing uitgegeven. Concreet betekent dit:
- Bij ijzel en ijsregen op grote schaal (over een gebied ten minste ter grootte van het standaardgebied)
- Bij zware sneeuwval op grote schaal (over een gebied ten minste ter grootte van het standaardgebied), accumulatie van tenminste 3 cm in een uur tijd , of tenminste 10 cm in 6 uur tijd
- “Sneeuwjacht” bij de combinatie van sneeuw(-val) en veel wind , =/> 6 Bft en een zicht < 200 meter gedurende meer dan 1 uur over een gebied ten minste ter grootte van het standaardgebied wordt er gewaarschuwd " ("Sneeuwstorm" bij ff =/> 8 Bft).
Overvloedige regen
Als er zoveel regen wordt verwacht dat dit ontwrichtend kan zijn voor de samenleving wordt hier een waarschuwing voor uitgegeven. Dat betekent concreet dat er verwacht wordt dat er in een standaardgebied minstens 75 mm regen (75 liter op iedere vierkante meter) in 24 uur zal vallen, of een totale hoeveelheid van 100 mm in 3 dagen.
Bij dergelijke situaties kan het verkeer ontwricht worden door aquaplaning of zichtvermindering en kelders en laaggelegen plaatsen kunnen onderlopen.
NB. Standaardgebied is gebied ter grootte van 50 bij 50 kilometer of een band van tenminste 50 kilometer lengte.