|
Uitzending Havenstad FM 13 januari 2007 |
Hemelvaartsstorm bracht in 1983 grote chaos teweeg.
Op zaterdag 30 december 2006 werd er om 13:00 uur door het KNMI een weeralarm afgekondigd. Er werden zware windstoten voorspeld en hierdoor zou wel eens aanzienlijke schade kunnen ontstaan. Een 'Kanaalratje' was in aantocht. Wat is nu een 'Kanaalrat' en hoe komt men aan die naam.
Hiervoor moeten we terug naar
Hemelvaartsdag 1983. Op 12 mei
1983 kreeg men in Nederland met een plotselinge weersverandering te maken, een
volkomen onverwachte ontwrichtende storm. En omdat het zo bijzonder was, het KNMI spreekt zelfs van een van de
meest dramatische dagen in de Nederlandse weergeschiedenis, blikken we hier nog
een keer terug op de gebeurtenissen van toen en vergelijken dat met de storm van
30 december 2006.
In de dagen, voorafgaande aan het Hemelvaartsweekeinde, had zich in 1983, nu 21
jaar geleden, ten westen van Ierland een actief lagedrukgebied genesteld, dat
niet alleen aan het aardoppervlak, maar ook in de hogere delen van de atmosfeer
goed ontwikkeld was. Een sterke straalstroom was er het gevolg van die van de
Golf van Biskaje via het Kanaal naar Nederland wees.
Hoewel het laag het weer in Nederland in de greep had, leek het die 12e mei, Hemelvaartsdag 1983 heel redelijk te worden met een zuidelijke wind, nu en dan zon en niet meer dan een enkele bui, later op de dag. Onzichtbaar voor de computers, de modellen waren destijds dermate grofmazig dat ze alleen stormen met een diameter van minimaal 500 kilometer konden voorzien, ontwikkelde zich in de nacht van 11 op 12 mei echter een kleine storing. En het was die storing die, geholpen door de sterke straalstroom boven zijn hoofd, via het Kanaal in sneltreinvaart op weg ging naar Nederland. Vanwege het volkomen onverwacht verschijnen ervan was het een echte 'Kanaalrat'.

Een klein lagedrukgebied, dat
via het Kanaal naar Nederland trekt en bij ons volkomen onverwacht storm brengt,
wordt ook wel een Kanaalrat genoemd.
Omdat de verwachting er alleszins redelijk uitzag en iedereen vrij had, gingen
veel mensen die dag goed gemutst op pad voor een zeiltochtje of een andere
activiteit op of bij het water. In de loop van de ochtend zag het KNMI de
storing, die eerder die nacht was ontstaan, maar in de computerverwachtingen
niet terug te vinden was, via Zeeland het land binnentrekken en zich daarbij
razendsnel tot een zware storm ontwikkelen. Meteen werden waarschuwingen
uitgegeven, maar die bereikten veel watersporters niet meer op tijd. Op het
hoogtepunt van de storm, rond 13 uur 's middags, werd boven het westen van
Nederland een windkracht 10 gemeten, een zware storm. De chaos was compleet en
tien mensen kwamen uiteindelijk om.
Hoewel het al meer dan 20 jaar geleden is, hebben veel mensen nog steeds herinneringen aan deze storm, die niet alleen geschiedenis maakte omdat hij zo onverwacht kwam, maar ook omdat hij zo kleinschalig was en zo snel begon. Toen Zeeland er als eerste Nederlandse regio mee te maken kreeg, was de verwarring zo groot dat zelfs even voor een windkracht 12 gewaarschuwd werd. In de radioberichten klonk die ochtend een waarschuwing die op het volgende neerkwam: districten Hoek van Holland, IJmuiden, Texel, Rottum en IJsselmeer, zuidoost 7, Vlissingen west 12. Toen de storm zich vervolgens verder naar het noorden uitbreidde, werden die waarden vrij snel weer bijgesteld. Toch maakte de manier waarop de storm die dag begon, op veel mensen een verpletterende indruk. Het ene moment regende het nog bij een acceptabele wind, het volgende moment trok de wind zo sterk aan dat de eerste bomen omwaaiden. Daarna stormde het ongeveer 2 uur lang in hetzelfde tempo door.

De storing die op 12 mei 1983 volkomen
onverwacht storm opleverde. De meeste wind stond achter de trog, de stippellijn
boven Zeeland. Dit gebied breidde zich naar het noordoosten uit.
Analyses achteraf hebben laten zien dat de storm een diameter van niet meer dan 100 kilometer heeft gehad. Veroorzaker was een piepklein lagedrukgebied, met een kerndruk van 984 hPa, dat via het Kanaal en de Nederlandse kust naar het noordoosten trok. Aan zijn voorzijde stak in Nederland een zuidoostelijke wind op, die boven land matig tot vrij krachtig, aan zee krachtig tot hard werd. Achter het warmtefront ruimde de wind naar zuidzuidoost, maar nam nog niet wezenlijk toe. Het koufront, dat het warmtefront op de hielen zat, bracht een winddraaiing naar zuidzuidwest en een verdere windtoename teweeg. De echte storm bevond zich echter achter een trog, die direct na het koufront passeerde, en voorafging aan een windsprong naar westzuidwest. En het was die abrupte windsprong die tevens, van het ene op het andere moment dus, de storm inluidde.
Het weerbeeld die dag werd dus heel anders dan
in eerste instantie was doorgegeven. Al in de ochtend trok een regengebied
vanuit het zuiden het land binnen, gevolgd door enkele buien en de storm. Wat
daarna restte was een chaos en grote verbijstering, zowel bij het publiek als
bij de weersverwachters.

Op deze kaart is te zien dat het
lagedrukgebiedje, dat de storm in Nederland veroorzaakte, piepklein was. Daarom
ook pikten de modellen, die destijds veel grofmaziger waren dan die nu in
gebruik zijn, de storm niet op.
In de dagen na de storm vroeg vrijwel iedereen zich af hoe het toch had kunnen gebeuren dat er niet eerder voor de storm was gewaarschuwd. De enige die de naderende storing, de ochtend van die roemruchte Hemelvaartsdag, niet vertrouwde, was weerman Hans de Jong uit Gorredijk. Hij sprak zijn bedenkingen uit, ook tijdens zijn weerpraatje van die ochtend, maar heeft de lof die hij hiervoor nadien kreeg toegezwaaid altijd gerelativeerd. Als hij er echt van overtuigd was geweest dat het op een storm zou uitdraaien, was hij die ochtend niet nog weer even in zijn bed gekropen, zoals hij wel heeft gedaan. Hij heeft het later in verschillende interviews verteld. Toch waren er nog veel mensen die op basis van zijn verwachting besloten thuis te blijven.
Omdat het KNMI, bij de evaluatie van de gebeurtenissen op die 12e mei, al snel tot de conclusie kwam dat het ontwikkelen van een veel fijnmaziger model, dat dergelijke kleinschalige stormen wel zou kunnen oppikken, de hoogste prioriteit moest hebben, werd enkele jaren (samen met een aantal andere landen) besloten het fijnmazige Hirlam-model te ontwikkelen. En dat model is inmiddels alweer vele jaren actief. Toch zijn er ook in het recente verleden nog stormen geweest die weerkundig Nederland volledig verrasten. Te denken valt aan de storm die op 28 mei 2000 over ons land trok en in de kustgebieden opnieuw tot een windkracht 10 leidde. Deze storm kwam wel minder onverwacht dan de Hemelvaartsstorm omdat de avondruns van de modellen op 27 mei 2000 de ontwikkeling van de storing, die de dag erna storm zou brengen, al wel in de peiling hadden.
Nu 30 december 2006, werd er van te voren gewaarschuwd en men kon dankzij Hirlam de situatie snel onderkennen. Het 'Kanaalratje' werd op tijd onderkend en dankzij het weeralarm en de moderne communicatiemiddelen was Nederland goed voorbereid.
Bron: KNMI, Meteo Consult