|
Uitzending Havenstad FM 16 juni 2007 |
Soorten onweer.
Onweer in Nederland komt om verschillende redenen voor. De situatie die onweer veroorzaakt is keer op keer anders. Ook het deel van het land dat te maken krijgt met onweer verschilt. De belangrijkste onweersituaties op een rij:
Koufrontonweer
Een veel voorkomende onweersvorm in Nederland is koufrontonweer. Vooral
zomers is dit het geval. Na enige warme dagen dringt koele lucht vanuit Zuid
Engeland ons land binnen. Voor het koufront uit komen buienlijnen tot
ontwikkeling. Deze buienlijnen geven afhankelijk van de plaats en tijdstip
actief onweer. Soms trekken flinke storingen met deze buienlijnen mee.
Vooral de lijn Breda-Almere krijgt dan de volle laag. Wanneer de buienlijnen
voor het koufront zich nog moeten ontwikkelen komt pas tegen de Duitse grens
het eerste onweer voor.
![]() |
|
|
Koufrontonweer |
Onweerstoring
bij een koufront
Bekend is de onweerstoring die samenhangt met het koufront. Op bijgaande
radarbeeld is iets dergelijks te zien. Een koufront heeft flinke opstuwing
veroorzaakt, waardoor buien ontstaan. Deze clusteren en er ontstaat een
storing voor het koufront. Omdat het koufront niet snel genoeg naar het
oosten trok, bleef grote delen van het oosten gevrijwaard van noodweer.
Dergelijke situaties lijken veel op onweerstoringen uit Frankrijk, maar
hebben een andere ontstaansoorzaak. Koufrontonweer komt vaak opzetten vanuit
het Zuidwesten. Incidenteel geeft een krachtig koufront in de winter een
onweersklap.
Convergentie
voor een koufront
Onweersbuien ontstaan ook door forcering op middelbare hoogte. In dit geval
is niet de warmte aan de grond de oorzaak van opstijgende bewegingen, maar
de toestand in de middelbare luchtlaag op 5 tot 10 kilometer hoogte. De
warmte aan het aardoppervlak is minder belangrijk. Op middelbare hoogte
bevindt zich een luchtlaag waarin het hard waait. Als een gebied met veel
wind nadert, wordt onderin de lucht geforceerd op te stijgen. Op een
grondweerkaart zien we een gebied van samenkomende lucht (convergentie-lijn)
ontstaan. Langs een dergelijke zone ontstaan buien die zich in een lijn
rangschikken. Een dergelijke lijn is in de zomer voor een koufront te
vinden. Wanneer voldoende onweerbuien ontstaan op een convergentielijn,
passeert het koufront geruisloos.
Storingen uit
Frankrijk
Wanneer 's zomers door warmte boven het warme Frankrijk onweer ontstaat,
trekt dit in de loop van de avond over België naar het noorden. Midden in de
nacht kan een dergelijk onweersgebied flink huishouden in Nederland. Het
zijn de krachtigste onweersituaties die we kennen in Nederland. Vaak is de
bliksemintensiteit enorm hoog. Soms met meer dan 120 ontladingen per minuut.
Een onweerstoring is herkenbaar aan uitgebreid weerlicht in het zuiden dat
naderbij komt.
Het onweer komt vaak uit het zuiden of zuidwesten opzetten. Na afloop kan
een koelere periode optreden, maar dat is niet gegarandeerd. Het kan zijn
dat het werkelijke koufront pas enkele dagen later komt. Een zware storing
is de Mesoscale Convective System (MCS). Dit is een buiencluster van
ongeveer 300 bij 300 km groot die gepaard gaat met zwaar onweer.
Buien aan de
kust
In het najaar ontstaan boven zee bij een zuidwestelijke of noordwestelijke
luchtstroming gemakkelijk hagel- en onweersbuien. Deze komen vooral 's
nachts landinwaarts. Als deze situatie dagenlang aanhoudt, ontstaat een
dagelijkse gang. De buien duren kort en de ontladingen zijn lokaal.
Wanneer de buien zich formeren in een front, ontstaat er een kustfront. In
zo'n geval kan actief en langdurig onweer optreden. Dit is echter zeldzaam.
In het binnenland merkt wordt weinig gemerkt van deze buienactiviteit. De
buien komen uit het westen en noordwesten opzetten. Op de radarbeelden
hieronder is te zien hoe de buien tegen de kust aanleunen en nauwelijks
landinwaarts komen.

Geïsoleerde
buien
In warme onstabiele lucht kunnen buien ontstaan. Zomers op warme dagen
ontstaan ze vaak afhankelijk van de ondergrond en de opbouw van de
luchtlagen. Deze buien geven in een volwassen stadium ook onweer. Bij het
minste geringste verdwijnen ze weer.
Warmtebuien komt vaak vanuit Duitsland binnendrijven met een zuidoostelijke
of oostelijke wind. Dit zijn dan redelijk sterke exemplaren die in Duitsland
al een flinke weg hebben afgelegd. Vooral de oostelijke grensstreek heeft
hier mee te maken. Maar ook het warme zanderige Brabant is een goede
voedingsbodem voor warmtebuien.
Koude put
Zomers kan het weer soms onder invloed staan van een flinke portie koude
lucht in de bovenlucht. Buien ontstaan gemakkelijk. Deze koude lucht wordt
heen en weer geduwd tussen de grote hoge en lagedruksystemen in. Daardoor
zwerft zo'n koude bel met buien dagenlang over de weerkaart. Dit noemen
meteorologen een 'Koude Put'. Het is de verpester van vakantieweer bij
uitstek en geeft naast flinke hoeveelheden regen, ook onweer.
Bron: vwkweb.nl