|
Uitzending Havenstad FM 16 december 2006 |
Witte Kerst?
Wereld van de witte kerst (traditie en historie)
De traditie van de witte kerst wordt vaak opgehangen aan "I'm dreaming of a white Christmas" van Bing Crosby. Irving Berlin schreef het in 1942 voor de musical "Holiday Inn", die zich afspeelt in Vermont in het noordoosten van de Verenigde Staten. Volgens de Amerikaanse weerdienst is de kans dat 25 december een sneeuwdek heeft hier groter dan 75%. De componist Irving Berlin is van Russische afkomst, maar emigreerde naar New York waar hij verlangde naar de witte kerst: "just like the ones I used to know".
Ook Charles Dickens leverde met zijn Christmas Carol een grote bijdrage aan de populariteit van de witte kerst. De in 1812 geboren Engelse schrijver maakte tal van zeer koude en sneeuwrijke winters mee, vooral in zijn jonge jaren toen Engeland het koudste decennium ooit beleefde. In de eerste tien jaar van zijn leven beleefde hij zes keer een witte kerst.
In een verder verleden viel nog vaker sneeuw met Kerstmis. De Kleine IJstijd, die rond 1430 begon en tot halverwege de 19e eeuw duurde, bevatte veel strenge winters. In Londen was het vooral in de jaren 1782-1811 vaak wit: eens in de vier jaar viel er sneeuw op de kerstdagen. In de vroeger eeuwen lag Londen zeker twaalf keer in honderd jaar met kerst onder een sneeuwtapijt. In de 20e eeuw gebeurde dat slechts vijf keer, maar elders vaker. In 1968 kreeg Zuid-Engeland 15 cm en meer noordelijk viel een halve meter. In 1993 beleefden vier miljoen Engelsen een witte kerst. Parijs had in 1970 zijn laatste witte kerst met 3 cm sneeuw.
Uit historische gegevens blijkt dat ook ons land in de vorige eeuwen twee tot drie keer zo vaak een witte kerst had dan in de 20e eeuw die er zeven telde. In Nederland wordt een witte kerst geboekt als op er op beide dagen in De Bilt een sneeuwdek ligt. Het KMI in Ukkel noteerde sinds 1941 zes keer sneeuw met kerst die bleef liggen, twee keer zo vaak dan in ons land. Kerst 1964 leverde hier 17 cm op. Parijs had in 1970 zijn laatste witte Kerst met 3 cm sneeuw,
Uiteraard hebben de Ardennen en de Duitse middelgebergten vaker sneeuw. Grote delen van Duitsland beleven eens in de vijf jaar een wat zij een witte kerst noemen met sneeuw op 24, 25 en 26 december. Regionaal zijn er echter grote verschillen: zo heeft München eens in de drie jaar een witte Kerst, Hamburg eens in de negen jaar en Frankfurt en Aken eens in de tien jaar. Plaatsen 300 meter hoogte tellen jaarlijks vijftig tot zestig dagen met een sneeuwdek, dat is ruim het dubbele van het aantal in ons binnenland. Het hele land had, net als ons land, in 1981 de laatste witte kerst.
Alle weer met kerst, wit en groen.
Rond kerst treedt vaak een stijging van de temperatuur op, wat ook wel "kerstdooiweer" wordt genoemd. Zo was in 1977 de vooravond van kerst voorjaarsachtig met in ons land temperaturen van 15 à 16 graden . Meestal ligt de temperatuur op deze dagen tussen 5 en 10 graden en sinds 1901 werd het in De Bilt op de eerste kerstdag dertien keer warmer dan 10 graden, het laatst in 2002 toen het KNMI een 11,1 graden als maximum noteerde. De zachtste eerste kerstdag sinds 1901 beleefden we in 1997 toen in De Bilt een temperatuur van 12,8 graden is gemeten; in Woensdrecht en Oost-Maarland werd 14,5 graden gemeten. De warmste beide kerstdagen hadden we in 1974 met 12 graden zowel op eerste als tweede kerstdag.
Koude kerstdagen in de minderheid.
Kerstdagen met vorst zijn in de minderheid: tien keer bleef het in De Bilt sinds 1901 op eerste kerstdag de hele dag vriezen, terwijl tweede kerstdag veertien maal een zogenaamde ijsdag was. Zeven keer waren de beide kerstdagen ijsdagen, het laatst in 1970. De laatste witte kerst, met op beide dagen een sneeuwdek, maakten we in 1981 mee, het was de zevende witte kerst van de 20e eeuw. Daarna hebben we dat in ons land niet meer beleefd. In 1985, 1986, 1993, 1995, 1996, 2000 en 2001 viel er op één van beide feestdagen sneeuw, die snel weer verdween.
Strenge vorst is de laatste ruim dertig jaar met kerst niet voorgekomen: in 1964 is in De Bilt op eerste en tweede kerstdag -12 graden gemeten, maar overdag kwam het kwik boven nul. Bovendien viel 10 tot 15 centimeter sneeuw en voor het vierde achtereenvolgende jaar kon er met kerst op natuurijs geschaatst worden. Voor schaatsers was vooral 1961 fraai: op beide kerstdagen bleef het enkele graden vriezen bij zonnig weer met weinig wind en het ijs lag er goed bij. In 1938 ging Nederland met Kerstmis massaal op de schaats: het vroor matig tot streng, maar de zon scheen volop en er lag een dik pak sneeuw. De temperatuur kwam toen in De Bilt op tweede kerstdag niet hoger dan -4,8 graden, de laagste middagtemperatuur ooit met kerst gemeten.
Kerst de laatste jaren.
In 1994 was kerst voor het eerste in bijna tien jaar winters met 's ochtends matige vorst. Die Kerst is de geschiedenis ingegaan als Gladde Kerst. Vooral op de avond van eerste kerstdag viel regen op een bevroren ondergrond (ijzel) waardoor de wegen ijsbanen werden. Zo'n spekgladde kerst hadden we ook in 1933, maar toen waren de gevolgen natuurlijk minder ernstig: uit de drie grote steden werden honderd ongevallen gemeld. Met Kerstmis 1994 was het aantal ongevallen niet te tellen en vielen er twaalf doden en tientallen gewonden. De weinige sneeuw die met kerst 1995 viel gaf aanleiding tot verschillende ongevallen. Kerstmis 1996 viel er ook wat sneeuw, maar toen maakte de temperatuur het heel bijzonder; in het zuiden vroor het 10 graden. Het jaar daarop was eerste kerstdag met 12 tot 14 graden recordwarm. De laatste jaren was kerst met uitzondering van 2000 zacht met temperaturen tussen 10 en 14 graden, in 1998 en 1999 ook onstuimig met storm, hagel en onweer.
Witte kerst in Nederland.
Ons land had beleefde in 1981 zijn laatste witte kerst, dat wil zeggen met op beide kerstdagen een gesloten sneeuwdek in De Bilt. Het hoofdstation van het KNMI is als referentie gekozen omdat hiervan de sneeuwgegevens over meer dan honderd jaar bekend zijn.
Kans op een witte kerst.
De witte kerst is een jaarlijks terugkerende hype, waar meteorologische instituten als het KNMI mee geconfronteerd worden. Voor een periode langer dan tien dagen vooruit is er weinig zinnigs te zeggen over de sneeuwkansen en zodra de kerst binnen de termijn van de tiendaagse valt is het nog steeds moeilijk. Sneeuwverwachtingen zijn heel lastig te maken, laat staan een verwachting dat er twee dagen achtereen op één bepaalde plek (De Bilt) tijdens de ochtendwaarneming een dekkende sneeuwlaag ligt. Uitspraken daarover hebben, zeker als ze dagen tevoren worden gedaan, niet meer betekenis dan speculaties over dominostenen. Het enige waar op lange termijn wel iets over te zeggen valt zijn de klimatologische kansen. In ruim een eeuw is een witte kerst in ons land slechts zes keer voorgekomen. Een eenvoudig rekensommetje levert een kanspercentage op van ongeveer 6%. Let wel dat is de klimatologische kanswaarde en dat hoeft niet overeen te komen met de kans op een witte kerst in een bepaald jaar.
Laatste witte kerst in 1981.
Bij de laatste officiële witte kerst in 1981 lag in het midden van het land plaatselijk 20 centimeter sneeuw, die de dagen voor kerst was gevallen. Limburg en Brabant moesten toen met enkele centimeters sneeuw genoegen nemen. De laatste keer dat het juist met kerst flink sneeuwde en de sneeuw bleef liggen was in 1964. De zwaarste vracht kregen toen de zuidelijke provincies, waar tijdens de beide kerstdagen zo'n 10 tot 15 centimeter sneeuw viel. In het begin van de jaren zestig van de 20e eeuw lag er drie jaar achtereen sneeuw met Kerstmis: in 1962 op tweede kerstdag, in 1963 op eerste kerstdag en in 1964 op beide kerstdagen. Ook in 1965 vielen er lichte sneeuwbuitjes met kerst, maar alleen 1964 voldoet dus aan het criterium van een witte kerst. In de vorige eeuwen was voor zover kan worden nagegaan soms vier jaar achtereen sprake van een witte kerst, maar soms liet de volgende ook wel eens meer dan twintig jaar op zich wachten.
Sneeuw met kerst in de laatste jaren.
Aan de vooravond van kerst 2000 viel in een deel van het land sneeuw; in het noorden en oosten 6-10 cm. Hier was toen sprake een witte kerst. De Bilt kreeg slechts een dun laagje sneeuw dat onderbroken was, zodat ook kerst 2000 niet landelijk als witte kerst telde. In 2001 vielen er alleen op tweede kerstdag winterse buien maar van een witte kerst was ook toen geen sprake. Kerst 2004 bood lichte vorst in de nacht van eerste op tweede kerstdag, maar geen sneeuw van betekenis. In 2005 viel er op tweede kerstdag sneeuw vooral in het noorden van het land.
Kerstdepressie.
Rond kerst treedt vaak een stijging van de temperatuur op of komt er een einde aan een vorstperiode. Het kerstdooiweer is in West-Europa zo'n opvallende gebeurtenis dat menig onderzoeker en meteoroloog zich erover heeft gebogen om een verklaring te vinden. Zo'n kalendergebonden verschijnsel wordt in de meteorologie een singulariteit genoemd.
Dat zijn karakteristieke weersituaties die vrijwel ieder jaar rond een bepaalde datum terugkeren. Bekende voorbeelden zijn de IJsheiligen rond 12 mei, de oudewijvenzomer rond 22 september en de kerstdepressie rond 24 december.
Uit onderzoek door Duitse weerkundigen blijkt dat er nog veel meer singulariteiten bestaan. Aan specifieke data zijn ze echter niet te koppelen. Het doorgaans wisselvallige weer in ons land kent door het jaar heen inderdaad een bepaald verloop, maar de veranderingen zijn enigszins grillig verdeeld in de tijd. Opvallend is ook dat singulariteiten soms tientallen jaren bestaan om daarna geheel te verdwijnen of in een andere periode van het jaar opduiken. Sommige singulariteiten zijn verklaarbaar en hebben bijvoorbeeld te maken met verschillen in temperatuur tussen zeewater en vasteland. In andere gevallen is zijn kalender gebonden weersverschijnselen minder goed verklaarbaar.
De kerstdepressie is een van de hardnekkigste en opvallendste singulariteiten die niet van wijken weet. De oorzaak van het kerstdooiweer moet volgens sommige onderzoekers hoger in de atmosfeer worden gezocht, de laag boven ongeveer 10 kilometer hoogte ook wel bekend als stratosfeer en de ozonlaag. Een depressie in de stratosfeer boven Alaska zou zich geleidelijk naar de lagere delen van de atmosfeer uitbreiden en uiteindelijk boven West-Europa leiden tot de kerstdepressie en het bijbehorende dooiweer. De theorie is echter nog niet bewezen en de toekomst zal moeten leren of dit werkelijk het mechanisme is achter de kerstdepressie.
Witte Kerst sinds 1910 (beide kerstdagen).
Het is een "witte" kerst als er op beide kerstdagen in De Bilt een gesloten sneeuwdek is gemeten
Tabel met kerstdagen waarop er sprake was van sneeuwval of een sneeuwdek.
|
Nr |
Jaar |
|
bijzonderheden |
|
|
1903 |
|
Enkele tienden cm. sneeuw. Minimum en maximum temperatuur dicht bij het vriespunt. |
|
1 |
1906 |
Witte Kerst |
Circa 10 cm. sneeuw |
|
|
1910 |
|
Tweede kerstavond wat sneeuw |
|
|
1917 |
|
Tweede kerstdag sneeuw |
|
|
1919 |
|
Tweede kerstdag sneeuw |
|
|
1923 |
|
Tweede kerstdag sneeuw |
|
|
1930 |
|
Tweede kerstavond sneeuw |
|
|
1935 |
|
Eerste kerstdag wat sneeuw |
|
2 |
1938 |
Witte Kerst |
13 cm. sneeuw, vlak voor de kerst gevallen. Beide kerstdagen mooi schaatsweer met minima van -10 graden Celsius |
|
3 |
1940 |
Witte Kerst |
Circa 4 cm. sneeuw. Met Kerst treedt de dooi in, op tweede kerstdag ook regen. |
|
|
1941 |
|
Tweede kerstdag sneeuwdek |
|
4 |
1950 |
Witte Kerst |
6 cm. sneeuw, al op de 15e gevallen. Beide dagen zonnig met lichte vorst. In Limburg viel tweede kerstdag verse sneeuw. |
|
|
1962 |
|
Tweede kerstdag sneeuwdek |
|
|
1963 |
|
Eerste kerstdag sneeuwdek("enkele cm") |
|
5 |
1964 |
Witte Kerst |
5-10 cm. sneew. Zware sneeuwval in de Kerstnacht, 's nachts strenge vorst, overdag rond het vriespunt en vooral tweede kerstdag zonnig. |
|
|
1965 |
|
Enige lichte sneeuwbuitjes |
|
|
1968 |
|
Tweede kerstdag sneeuwdek |
|
|
1970 |
|
In de noordelijke provincies een sneeuwdek |
|
|
1976 |
|
Eerste kerstavond een sneeuwdek |
|
6 |
1981 |
Witte Kerst |
11-20 cm sneeuw in het midden van het land. Op Ameland tot duinen van 1,5 meter opgewaaide sneeuw. Eerste kerstdag overdag lichte dooi, in de nacht en ochtend lichte vorst. |
|
|
1985 |
|
Tweede kerstdag sneeuwdek |
|
|
1986 |
|
Eerste kerstdag sneeuwdek, in het oosten tot 10 cm. |
|
|
1995 |
|
Zeer plaatselijk sneeuwdek tot 2 cm. |
|
|
1996 |
|
In het Noordoosten van het land een sneeuwdek, eerste kerstdag wat lichte sneeuw |
|
|
2000 |
|
Een deel van het land een sneeuwdek van 1 tot 8 cm in het noorden. In de Bilt lag een onderbroken sneeuwdek. Tijdens de kerstdagen droog met opklaringen en in het zuidoosten wat lichte sneeuwval. |
|
|
2001 |
|
Tweede kerstdag vooral 's avond winterse buien, in het zuidoosten vormde zich een sneeuwdek. |
|
|
2005 |
|
Tweede kerstdag vooral later op de dag in noorden sneeuwbuien met vorming van een sneeuwdek |
Witte Kerst in de 20e eeuw
Jaar Sneeuwhoogte Bijzonderheden
|
Jaar |
Sneeuwhoogte |
Bijzonderheden |
|
|
|
|
|
1906 |
Circa 10 cm |
Frederik van Eeden: "sneeuw, veel sneeuw, grijze lucht, harde vorst, alles ruig bevroren". |
|
1938 |
13 cm |
Sneeuw vlak voor kerst gevallen en met kerst overdag lichte tot matige vorst, 's nachts onder -10 graden. Prachtig schaatsweer op beide dagen: 1300 deelnemers aan grote dorpentocht in Noord-Holland |
|
1940 |
Circa 4 cm |
Juist met kerst treedt de dooi in met lichte neerslag, op tweede kerstdag ook regen; sneeuwdek begint te smelten |
|
1950 |
6 cm |
Op 15 december viel circa 10 cm, waarvan met kerst ongeveer de helft was overgebleven. Limburg kreeg tweede kerstdag verse sneeuw, maar verder waren de beide dagen zonnig met lichte vorst; ideaal schaatsweer. |
|
1964 |
5-10 cm |
Zware sneeuwval in de kerstnacht; 's nachts strenge vorst, overdag rond vriespunt en vooral tweede kerstdag zonnig. Ook in 1962 en 1963 sneeuw met kerst, in 1962 zo'n 10 cm op tweede kerstdag, in 1963 een paar cm op eerste kerstdag die daarna wegdooide. In die jaren geen echte witte Kerstmis dus. |
|
1981 |
11-20 cm |
Zeer sneeuwrijke december met vooral een paar dagen voor kerst veel sneeuw; op Ameland tot duinen opgewaaide sneeuw van anderhalve meter. Een week voor kerst temperaturen tussen -10 en -20 graden. Eerste kerstdag overdag lichte dooi; in de nacht en ochtend lichte vorst. |
Bronnen: Databestanden Klimatologische Dienstverlening KNMI. Maandoverzichten en Jaarboeken KNMI. J. Buisman. Bar en boos, zeven eeuwen winterweer in de Lage Landen. Bosch & Keuning NV, Baarn, 1984. N. A. Grootes. Dagboek van een schaatsliefhebber gedurende de winters van 1928 tot en met 1979. Particuliere uitgave, Zaandam, 1979. Klaas Ybema en Miet Muizelaar. Sneeuwoverzicht december 1981. Weerspiegel januari 1982. Particuliere archieven krantenknipsels vanaf 1900.